Koopt of boekt u iets via een partner op onze website? Dan kunnen wij daarvoor een kleine vergoeding ontvangen. Dit kost u niets extra.

Geld & regelingen

Box 3 uitgelegd: spaargeld, beleggingen en nieuwe plannen

Box 3 gaat over inkomen uit sparen en beleggen. Maar wat telt mee, wat betekent rendement en waarom veranderen de regels steeds? Hier leest u hoe de huidige berekening werkt en wat de politieke plannen wel en nog niet betekenen. De voorbeelden helpen u de uitleg te volgen; voor uw eigen aangifte gebruikt u uw eigen gegevens.

Wat is box 3?

Box 3 is een onderdeel van de belastingaangifte. Het gaat over inkomen uit sparen en beleggen. Denk aan rente op uw spaargeld en aan opbrengsten van beleggingen. Het geld en de bezittingen waarmee u die opbrengsten kunt krijgen, noemen we uw vermogen.

Uw loon, AOW en gewone pensioenuitkering horen bij een ander onderdeel van de aangifte: box 1. Ook de woning waarin u zelf woont, valt meestal onder box 1. Dat u met pensioen bent, betekent dus niet dat uw spaargeld buiten box 3 valt.

U betaalt niet automatisch belasting zodra u een spaarrekening heeft. Er gelden vrijstellingen en rekenregels. Die leggen we hieronder uit.

Bron: Belastingdienst: de verschillende boxen.

Welke bezittingen en schulden kunnen meetellen?

Bij box 3 kijkt de Belastingdienst onder meer naar onderstaande bezittingen. Ook buitenlands vermogen kan meetellen. De voorbeelden zijn geen volledige lijst; voor sommige bezittingen gelden uitzonderingen.

Wat heeft u?Waar moet u aan denken?
Bankrekeningen en spaargeldGeld op betaalrekeningen en spaarrekeningen, in Nederland en daarbuiten.
BeleggingenBijvoorbeeld aandelen, obligaties en beleggingsfondsen die niet in een andere box vallen.
Een tweede woningBijvoorbeeld een vakantiewoning of een woning die u verhuurt.
Uitgeleend geldGeld dat iemand nog aan u moet terugbetalen. Dat recht op terugbetaling heet een vordering. Er zijn uitzonderingen, onder meer bij bepaalde vorderingen binnen een gezin.
Andere bezittingenBijvoorbeeld cryptovaluta. Ook uw aandeel in een nog niet verdeelde erfenis kan meetellen.

Sommige schulden mag u bij de berekening meenemen, maar niet iedere schuld en niet altijd het hele bedrag. Bij de berekening met vaste percentages gaat er eerst een drempel van de schulden af. Trek daarom niet zomaar al uw schulden van uw banksaldo af.

Bron: Belastingdienst: bezittingen en schulden.

Wat betekent rendement?

Rendement is de opbrengst van uw vermogen. Bij een spaarrekening is dat bijvoorbeeld de rente. Bij aandelen kan het gaan om een uitbetaling door het bedrijf. Zo’n uitbetaling heet dividend. Ook een verandering van de waarde kan bij de belasting meetellen.

Voorbeeld: uw spaargeld en uw rente zijn verschillende bedragen

Stel dat u € 50.000 op een spaarrekening heeft en in een jaar € 1.000 rente ontvangt. De € 50.000 is uw spaargeld. De € 1.000 is de renteopbrengst. In dit eenvoudige voorbeeld is het rendement 2%.

Dit vertelt nog niet hoeveel belasting u betaalt. Daarvoor zijn onder meer de belastingregels van dat jaar en de vrijstelling van belang. Een rentepercentage is dus iets anders dan het belastingpercentage.

Bron: Belastingdienst: wat werkelijk rendement betekent.

Hoe wordt box 3 nu berekend?

Er zijn op dit moment twee manieren die u uit elkaar moet houden. De Belastingdienst rekent eerst met vaste percentages. Is uw werkelijke rendement lager, dan kunt u dat doorgeven. De Belastingdienst vergelijkt de uitkomsten volgens de daarvoor geldende regels.

Rekenen met een vastgesteld percentage

Bij deze methode neemt de Belastingdienst aan dat u een bepaalde opbrengst heeft behaald. Dat heet fictief rendement. U kunt ook het woord forfaitair tegenkomen; daarmee wordt hier dezelfde rekenmethode met vaste percentages bedoeld. Voor spaargeld wordt een ander percentage gebruikt dan voor beleggingen en andere bezittingen.

Voor deze berekening is de waarde op 1 januari van het belastingjaar van belang. Die datum heet de peildatum. Voor belastingjaar 2026 kijkt u dus naar 1 januari 2026.

Uw werkelijke rendement doorgeven

Uw werkelijke rendement gaat over wat uw vermogen in dat jaar werkelijk heeft opgebracht, volgens de belastingregels. Dat kan lager zijn dan de opbrengst die met vaste percentages is berekend. Het doorgeven van een lager werkelijk rendement om dat aan te tonen, heet de tegenbewijsregeling.

De Belastingdienst gebruikt bij deze vergelijking de voor u gunstigste uitkomst. Alleen door werkelijk rendement door te geven gaat u volgens deze regeling niet méér belasting betalen dan bij de berekening met vaste percentages.

Bronnen: Belastingdienst: berekening met vaste percentages en de vergelijking met werkelijk rendement.

Welk bedrag is in 2026 vrijgesteld?

Bij de berekening met vaste percentages blijft een deel van uw vermogen buiten de belastingberekening. Dat heet het heffingsvrije vermogen. De bedragen voor 2026 staan hieronder.

Heffingsvrij vermogen in 2026 bij de berekening met vaste percentages
Uw situatieBedrag
U heeft geen fiscale partner.€ 59.357
U heeft het hele jaar een fiscale partner, of u mag en kiest voor behandeling als fiscale partners gedurende het hele jaar.€ 118.714 samen

Een fiscale partner is iemand die voor de inkomstenbelasting als uw partner geldt. Dat is niet automatisch iedere huisgenoot. Controleer bij twijfel welke partnerregels op u van toepassing zijn.

Let op bij werkelijk rendement: in die afzonderlijke berekening wordt het heffingsvrije vermogen niet afgetrokken. Er wordt gekeken naar het rendement over het totale vermogen dat in box 3 meetelt. Daarna volgt de vergelijking met de berekening met vaste percentages. Het is dus geen zuivere vergelijking tussen twee rentepercentages.

Bron: Belastingdienst: heffingsvrij vermogen per jaar.

Betekent 36% belasting dat u 36% van uw spaargeld betaalt?

Nee. In 2026 is het belastingtarief van box 3 36%. Dat percentage wordt toegepast op het berekende belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Het wordt niet zomaar op uw hele banksaldo toegepast.

Vereenvoudigd rekenvoorbeeld: stel dat na toepassing van alle relevante rekenregels € 1.000 belastbaar inkomen in box 3 overblijft. Dan is 36% daarvan € 360. Dit voorbeeld legt alleen het belastingpercentage uit. Het berekent niet wat iemand met een bepaald banksaldo moet betalen.

Op een voorlopige aanslag voor 2026 wordt nog met vaste rendementspercentages gerekend. De percentages voor spaargeld en schulden zijn daarbij voorlopig. Het werkelijke rendement van het hele jaar is pas na afloop van het jaar bekend. Gebruik een voorlopige berekening daarom niet als definitieve belastinguitkomst.

Bron: Belastingdienst: berekening voor 2026 en voorlopige percentages.

Waarom kan een waardestijging meetellen als u niets verkoopt?

Bij werkelijk rendement kan niet alleen ontvangen geld meetellen, maar ook de stijging of daling van de waarde van uw bezittingen. Een waardestijging hoeft dus niet altijd eerst door verkoop op uw bankrekening te staan voordat die bij de berekening wordt meegenomen.

Fictief voorbeeld: u heeft aandelen die zonder aankopen of verkopen van € 10.000 naar € 11.000 in waarde gaan. De stijging is € 1.000. U heeft die € 1.000 nog niet ontvangen door verkoop, maar de waardestijging kan wel onderdeel zijn van uw werkelijke rendement. Eventueel dividend telt apart mee. De volledige belastingberekening hangt ook af van uw andere vermogen en de vergelijking met vaste percentages.

Dit verklaart een deel van de discussie: iemand kan een hogere waarde op papier hebben, terwijl er niet evenveel extra geld op de betaalrekening staat.

Bron: Hoge Raad: waardeveranderingen en werkelijk rendement.

Waar moet u bij werkelijk rendement extra op letten?

De Belastingdienst kijkt naar het totale rendement in box 3. U kunt daarom niet alleen een tegenvallende belegging uitkiezen en de opbrengst van uw andere vermogen weglaten.

Verliezen op het ene deel van uw vermogen kunnen binnen hetzelfde jaar worden verrekend met opbrengsten op een ander deel. Een negatief totaal wordt voor deze regeling op nul gezet. U kunt dit verlies niet zonder meer naar een ander jaar meenemen.

Ook kosten en het gebruik van een tweede woning hebben eigen regels. Niet iedere betaalde rekening is aftrekbaar. Vanaf 2026 kan bij een tweede woning die u zelf kunt gebruiken bovendien een bedrag voor dat eigen gebruik meetellen. Bij zo’n woning is alleen huurinkomsten en waardeverandering optellen daarom niet altijd voldoende.

Bekijk de volledige uitleg van de Belastingdienst over werkelijk rendement, met de regels voor kosten, verliezen en eigen gebruik.

Waarom is er zoveel discussie over box 3?

De kern van de discussie is het verschil tussen een berekende opbrengst en wat iemand werkelijk met zijn vermogen behaalt. Mensen met hetzelfde vermogen kunnen heel verschillende opbrengsten hebben. Een berekening met vaste percentages sluit daar niet altijd op aan.

Rechters hebben daarom ingegrepen. De uitspraken over box 3 hebben geleid tot herstel en de mogelijkheid om lager werkelijk rendement aan te tonen. Tegelijk wordt aan een andere wet gewerkt. Daardoor gaan berichten soms over een oude aanslag, soms over uw huidige aangifte en soms over toekomstige plannen.

Bij nieuwe plannen speelt ook de vraag wanneer een waardestijging wordt belast. Bij vermogensaanwas kan een stijging jaarlijks meetellen, ook zonder verkoop. Bij vermogenswinst wordt de waardewinst in beginsel belast wanneer die wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. Ontvangen rente, huur of dividend kan daarnaast jaarlijks worden belast. De precieze uitwerking hangt af van de wet.

Bron: Eerste Kamer: wetsvoorstel en uitleg van de verschillende systemen.

Wat staat vast en wat is nog een politiek plan?

Stand gecontroleerd op 3 november 2026. Het voorstel voor de Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. De behandeling in de Eerste Kamer is nog niet afgerond. Voor wijzigingen op dat voorstel is een aanvullend wetsvoorstel voorbereid. Zo’n wijzigingsvoorstel heet een novelle.

De regering richtte zich op een verandering vanaf 2028 en verdere ontwikkeling van het stelsel richting 2030. Op 2 november 2026 publiceerde de Raad van State een kritisch advies. De Raad adviseert de voorgestelde route te herzien en zorgvuldig naar een nieuw stelsel vanaf 2030 toe te werken.

Een advies is nog geen nieuwe belastingwet. Uit een krantenkop over 2028 of 2030 volgt dus niet dat uw aangifte van dit jaar al volgens dat toekomstige systeem wordt behandeld. Gebruik voor uw aangifte de regels van het betreffende belastingjaar. De uitkomst van de politieke behandeling kan deze plannen nog veranderen.

Bronnen: Eerste Kamer: stand van behandeling en Raad van State: advies van 2 november 2026.

Wat kunt u zelf controleren en bewaren?

  1. Kies eerst het juiste belastingjaar. Een aangifte over 2025 gebruikt de gegevens en regels van 2025, ook als u die aangifte in 2026 invult.
  2. Verzamel uw overzichten. Bewaar jaaroverzichten van banken en beleggingen. Voor werkelijk rendement zijn ook ontvangen opbrengsten, waardeveranderingen en veranderingen tijdens het jaar van belang. Bij een tweede woning heeft u aanvullende gegevens nodig.
  3. Controleer de gegevens in de aangifte. Kijk niet alleen naar de naam van een rekening, maar ook naar het saldo, het soort bezit, eventuele schulden en het belastingjaar.
  4. Bekijk of werkelijk rendement doorgeven zinvol is. Vanaf belastingjaar 2025 kan dat in de aangifte inkomstenbelasting. Voor eerdere jaren bestaat een aparte procedure met het formulier Opgaaf werkelijk rendement. Of u over een oud jaar in aanmerking komt, hangt af van dat jaar en uw situatie.
  5. Bewaar brieven en volg de genoemde termijnen. Ga er niet van uit dat een nieuwsbericht automatisch betekent dat u geld terugkrijgt. Vraag de Belastingdienst om uitleg als u niet weet wat een brief voor u betekent.

U hoeft voor deze uitleg geen bedragen of documenten naar Senioren-Portaal te sturen. Bij een onverdeelde erfenis, een tweede woning, buitenlands vermogen of onduidelijke oude aanslagen kan persoonlijke hulp bij de aangifte nodig zijn.

Bron: Belastingdienst: hoe u werkelijk rendement doorgeeft.

Box 3 en toeslagen zijn niet hetzelfde

Een vrijstelling voor box 3 betekent niet automatisch dat u ook aan de vermogensgrens voor huurtoeslag of zorgtoeslag voldoet. Die regelingen hebben eigen voorwaarden. Controleer daarom uw belasting en uw toeslagen afzonderlijk, vooral als u een erfenis of schenking ontvangt.

Lees verder over spaargeld, een erfenis en toeslagen, belasting bij AOW en pensioen, erven en erfbelasting en schenken.

Over deze uitleg

Deze pagina is samengesteld door Senioren-Portaal. De genoemde organisaties hebben de pagina niet beoordeeld. De uitleg over 2026 en de politieke stand van zaken is gecontroleerd op 3 november 2026. Voor een persoonlijke aangifte gelden de officiële voorwaarden en de gegevens van uw eigen situatie. De bronlinks staan bij de onderwerpen waarop ze betrekking hebben.

Elke maand praktische tips en een puzzel

Ontvang drie nuttige onderwerpen, een leuk idee om te doen en een printbare puzzel. Gratis. U kunt zich altijd afmelden.

Na aanmelden bevestigt u uw inschrijving via e-mail. Meer over de nieuwsbrief.